Gastbijdragen

Een persoonlijke notitie van Wilja van Os, voorheen studieleider bij Fontys Dansacademie en voorzitter van de NBDK
(thans Dansbelang).

In deze notitie heb ik geprobeerd een aantal voor mij belangrijke waarden van dans te formuleren. Waarbij mijn passie voor dans en het lezen, denken en praten over dans onderstaande statements heeft opgeleverd. Klik hier voor de pdf.

Een bijdrage van Marijke van Overbeek, beeldend kunstenaar en voorheen docente beeldend bij het Centrum voor de Kunsten Eindhoven (CKE)

Mijn eerste contact met dans was rond 1962 tijdens het kijken naar mijn zus die op balletles zat op de zolder van het parochiehuis. Een oudere dame speelde piano, riep enkele termen waarop de meisjes in een pose gingen staan, of ze gaf met een stok het ritme aan en dan maakten de balletmeisjes buigingen en draaiingen waarbij hun armen sierlijke bewegingen maakten. Zo leerde ik over spitzen, pirouette, plié, barre. Ik vond er niks aan. Veel te gedisciplineerd en volgens strenge regeltjes. Zelf zat ik op het jeugdatelier (beeldende vorming) en ging later naar de kunstacademie. Natuurlijk hoorde ik daar over waanzinnige dansvoorstellingen van Pina Bauch, Hans van Manen en Jirí Kilián. Het zal wel.

Een ontmoeting in 2002 met oud-collega Vera Bergman, vroeger werkzaam als dansdocente en sectorhoofd van de dansafdeling van het centrum voor kunsteducatie SKVE, later CKE in Eindhoven, bracht me opnieuw in aanraking met dans. Ze nodigde me uit een eigentijdse dansvoorstelling te bezoeken. Het was meteen duidelijk: Ik moest al mijn oude aannames over dans van me af gooien. Mijn interesse was gewekt en samen met Vera bezocht ik na die eerste keer tientallen moderne/hedendaagse dansvoorstellingen,
Bij de diverse dansgezelschappen herkende ik de klassieke balletvormen maar deze waren uitgebouwd naar een geheel nieuwe vocabulaire met aandacht voor alle mogelijkheden van het menselijk lichaam; Niet stijf en gedisciplineerd maar beweeglijk en vrij. Met een esthetiek die zich verhoudt tot deze tijd. Mijn voorkeur ging vooral uit naar het Nederlands Dans Theater, Conny Janssen Danst, Scapinoballet en Introdans. Ook bezochten we voorstellingen van jonge onbekende dansers. Op een enkele keer na werd ik nooit teleurgesteld. Wel bracht ik nuances aan tussen minder aansprekend tot fantastisch.

Ik leerde het werk van choreografen kennen en herkennen, met ieder hun specifieke uitgebalanceerde danstechnieken en vloergebruik. Bekeken vanuit mijn beeldende kunst achtergrond zijn de genoemde gezelschappen ook nog eens bevoorrecht met kunstenaars die het totaalbeeld van een voorstelling met hun keuze van en ideeën voor decorstukken, video's en kostuums tot een grote belevenis maken.
Het danstheater als een visueel spektakel waarin alles klopt met centraal de dansende mens.

De noodzaak van dans in het (VO) onderwijs: pedagogie in beweging, of beweging in pedagogie.
Een bijdrage door Vincent Harry, Euritmie docent en voorzitter van Dansbelang

We kunnen elkaar helpen de weg te vinden, want de weg van dromen naar daad is de weg van ‘ik’ naar ‘wij’. Van de ‘ik’ die vaak machteloos is tegen de grote problemen, naar de ‘wij’ die veel wegen opent.
Ahmed Aboutaleb

In mijn werk als docent euritmie dans VO op het Rudolf Steiner College in Rotterdam heb ik van meet af aan gezocht naar een dialoog tussen de euritmie en de meer "profane" dansvormen als ook met de andere vakken zoals Biologie, Duits, Economie, Aardrijkskunde en Wiskunde. Voor mij is het essentieel om de concrete mogelijkheden en betekenis van dans in de dagelijkse schoolpraktijk te onderzoeken. Overigens met respect en dankbaarheid voor de dansexpressie zoals deze door Kit Winkel voor het onderwijs werd ontwikkeld, waarmee ik als het ware een ‘gereedschapskist’ kreeg voor dit onderzoek.

Behalve de dwarsverbanden en overeenkomsten tussen al deze vakken, ontdekte ik vooral de dans als hulpmiddel voor de cognitieve en sociale ontwikkeling van de leerling. “Faseverschil” in de natuurkunde wordt bijvoorbeeld volstrekt logisch als je de basisstructuur van een fuga vanuit beweging leert. (Cognitie).  Scheikundige verbindingen worden pas echt begrepen als je vanuit een bewegingsspel of reidans leert wat verbindingen zijn en hoe die zijn te maken met de anderen om je heen (J. W. Goethe:“Die Wahlverwandtschaften”, 1809).(Socialisatie)

In al deze jaren zo onderzoekend bezig te zijn en kijkende naar al die leerlingen in beweging, werden de dwarsverbanden steeds groter: Denken, snappen, spreken gebeurt vanuit beweging...  Letters worden woorden door beweging, woorden zinnen ook. En zelfs tijd en ruimte worden patronen door beweging...

Beweging biedt zich aan als dé manier om systemen van betekenis te doorgronden. En ja, dat heeft alles te maken met wat Rudolf Steiner euritmie noemde waar hij rond 1912 de eerste aanzet toe gaf: een dansvorm waarin zowel wetenschappelijke thema’s, muziek, literatuur, poëzie en spiritualiteit in beweging ten tonele werden gevoerd. Daarom ook dat euritmie in het basisvakkenpakket werd opgenomen met de opdracht het cement tussen de andere vakken te zijn. Dat gebeurde bij het oprichten van de allereerste Waldorf school (Stuttgart, 1919) en ook bij de eerste Vrije School in Nederland (Den Haag, 1922).

Nu (bijna) een eeuw later, staat het vak nog steeds in het curriculum van de vrije school en doorliep het een stevige metamorfose. Het behield ook enkele kernwaarden. Opmerkelijk genoeg ook ‘het alfabet’: een reeks van 26 basisbewegingen, gekoppeld aan klankvorming en dynamiek van klinkers en medeklinkers. Noemenswaardig allereerst omdat dit alfabet bij ontstaan niet compleet was en de beschrijving van de gebaren per letter varieerde. Maar merkwaardig ook omdat dit alfabet nou juist vaak heden ten dage zijn doel voorbijschiet. Wanneer een leerling  gevraagd wordt het alfabet te doen, laat hij/zij vaak een standaard reeks van poses zien en is zich nauwelijks bewust van de beweging die de grondslag vormt.

Doordat de kennis van de docent over bepaalde stof door de leerling niet bevraagd wordt en al helemaal niet onthouden, past de traditionele vorm van het alfabet naar mijn mening niet meer goed in het onderwijs van de XXIe eeuw. Het kan onmogelijk de bedoeling zijn om puur de kennis van het alfabet uit het hoofd te leren (cognitie), maar ook het trainen van de vaardigheid van het verbinden met de grondbeweging komt niet uit de verf.

Veel wezenlijker lijkt mij de overgave aan en het exploreren van het ‘onbekende’ in beweging, waarmee de zintuigen worden ontwikkeld en in dienst staan van een sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Oftewel: van subjectwording, zoals Gert Biesta dat beschrijft. Het gaat om socialisatie door subjectwording door het oefenen van vaardigheden.

En het is juist op dit punt waar mijn vak zijn unieke belang in het onderwijs dubbel en dwars heeft bewezen. Het is van onschatbare waarde om met leerlingen op zoek te gaan naar wat hen beweegt, wat hen doet dansen. Om dat te ontdekken is het zien van anderen essentieel.

Veelal mocht ik leerlingen voor de eerste keer meenemen naar een dansvoorstelling. We keken naar de eigen danstaal van diverse euritmiegezelschappen, van het Scapino Ballet, van de fabelachtige Sidi Larbi en de weergaloze Conny Jansen Danst. Dansers die in hun eigen taal werelden ontsloten, ook die van mijn leerlingen in hun zoektocht naar hun eigen stem.

En als dans kan helpen de weg te vinden van ik naar wij, om met Aboutaleb te spreken, dan is voor mij het doceren van dans gelijk aan die van de noodzaak om wegen openen.

Noem mij een dromer en weet, dat in iedere droom de noodzakelijke kiem van een daad ligt.

 

Bronnen:

Aboutaleb, Ahmed (2015). Droom en Daad. CPNB

Biesta, Gert (2019). Door Kunst onderwezen willen worden. uitgegeven door ArtEZ press.
De powerpoint bij de lezing over dit werk is als pdf vrij beschikbaar.
Klik hier voor de presentatie van Gert Biesta.pdf ook hier te vinden:
https://www.culturavenray.nl/files/kunstnaarcafe/gert-biesta-venray-26-june-2019.pdf

Goethe, JW. (1809) Die Wahlverwantschaften
https://www.dereactor.org/teksten/die-wahlverwandtschaften-goethe-recensie

Steiner, Rudolf (1982). Die Entstehung und Entwickelung der Eurythmie . R. Steiner Verlag

Razende Ritmes
Ben Hekkema
Foto Michel Claus

Een bijdrage van Ben Hekkkema, coördinator van de MoccaAcademie en trainer en docent 

voor onder andere Cultuur-Ondernemen. 

Het moet ergens in het midden van de jaren 70 zijn geweest, ik was een jaar of 14, dat ik op een avond mijn ouders een behoorlijk schrik aanjoeg. Ik was een paar maanden daarvoor met een vriendin meegegaan naar een cursus dans en theater in de plaatselijke muziekschool. Een introductie in de wereld van de vrije expressie in beweging en muziek. Ik vond het prachtig maar zij besloot dat ballet haar meer lag en nam me vervolgens mee naar een balletles bij een dansschool in de wijk. Daar kreeg ik mijn eerste ballet- en jazz lessen. Ik was meteen verkocht. Hier wilde ik meer van. De balletdocente bood me aan om drie lessen in de week bij haar te volgen voor een gereduceerd tarief. Maar dan moest ik wel een balletmaillot en pakje en balletschoenen aan in de les. Zo gezegd, zo gedaan en na een dagje winkelen in Amsterdam kwam ik terug met de nieuwe outfit.

Trots kwam ik van mijn slaapkamer op de eerste verdieping van onze woning in een nieuwbouwwijk in Emmen naar beneden. Daar zat mijn vader achter de krant verscholen. Een open minded maar ook traditionele en hier en daar zelfs ouderwetse man. Hij en mijn moeder stimuleerden me om te sporten, muzieklessen te volgen en ze waren zelfs enthousiast over de introductiecursus expressie door woord en gebaar. Maar deze confrontatie met mijn dans ambitie was iets moeilijker te verteren voor hem. Hij zag nog net niet groen maar aan zijn reactie kon ik merken dat hij niet erg enthousiast werd van het beeld van zijn oudste zoon in ballet tenue. Zelf een fanatieke vechtsporter in zijn jeugd had hij veel liever gezien dat ik in judo of aikido kostuum voor hem stond. Een lichtgrijze balletmaillot met zwarte schoenen en zwart pakje keurig bij elkaar gehouden met een witte heupband was wat veel van het goede.

Maar hij zei niets. Mijn moeder probeerde de situatie nog enigszins te redden door te vragen of ik het niet koud zou hebben in zo’n strak pakje en of ik niet beter wat ruimere kleding kon dragen in de lessen, voor meer bewegingsvrijheid. maar ik had deze outfit bij een echte balletwinkel, le Papillon in Amsterdam uitgezocht op strikte aanwijzing van mijn balletjuf en zo moest het dus zijn.

Geenszins ontmoedigd door de reactie van mijn ouders volgde ik lessen klassiek ballet, jazz, moderne dans en dansimprovisatie. Ging voor meer lessen door gastdocenten uit Rotterdam naar een grote balletschool in de stad Groningen en kreeg al snel te horen dat ik aanleg, talent zelfs had en misschien zou moeten proberen om van dansen mijn vak te maken.

Dat was echt een brug te ver voor mijn ouders. Als oudste zoon die het goed deed op school hadden ze voor mij een heel andere toekomst voor ogen dan die van een artiest, laat staan danser. Ik deed audities in Rotterdam en Arnhem en werd aangenomen maar raakte in conflict met mijn ouders. het compromis werd; eerst een ‘echte’ studie doen en daarna mocht ik doen wat ik wilde. desnoods naar de balletacademie.

Ik studeerde andragologie en agogiek in Friesland en ondertussen volgde ik lessen bij Wil de Boer en Tessa Wijdeveld. Met mijn HBO diploma op zak deed ik wederom auditie. Dit keer bij de NelRoos Academie in Amsterdam. Inmiddels veel te oud om uitvoerend danser te worden maar sterk gemotiveerd om een andere richting in te slaan. Ik had een documentaire gezien over het werk van Jacques d’Amboise, sterdanser bij het New York City ballet die in allerlei wijken van zijn stad kinderen enthousiast maakte voor dans met zijn National Dance Institute. Dat is wat ik ook wilde. Kinderen en jongeren laten dansen voor wie het niet zo vanzelfsprekend was om met dans, laat staan ballet in aanraking te komen. Op de NelRoos academie leerde ik de kneepjes van het ballet vak, daarnaast volgde ik lessen op de academie voor dansexpressie waar ik mijn oude liefde voor de vrije expressie weer hervond en na mijn afstuderen en aansluitend korte periode als danser bij KLIM kindertheater werd ik dansdocent. Als freelancer reisde ik elke dag naar een andere plaats in Nederland om er kinder-, klassiek- en improvisatie danslessen te geven. Maar ook conditietraining voor volwassenen en bewegingslessen voor musical- en theatercursussen. Maar tussendoor, vaak als vrijwilliger, sloot ik me aan bij initiatieven die dans en andere kunstvakken naar buurten bracht waar verder maar heel weinig was voor kinderen. Zomerkampen voor kinderen die niet op vakantie konden, AZC’s en ten slotte belandde ik zelfs in Kenia waar ik vanaf 2006 theaterprojecten opzet met diverse collega’s uit de regio.

Meer dan veertig jaar nadat ik in mijn eerste ballet outfit de trap afkwam in mijn ouderlijk huis zijn de tijden veranderd. Maar nog steeds is het niet vanzelfsprekend dat ieder kind in Nederland, laat staan de wereld, dans of kunstlessen kan krijgen als hij of zij dat wil. Met mijn huidige werk als adviseur, trainer, coach en docent probeer ik elke dag daar een beetje verbetering in te brengen. Want dans heeft mij in mijn leven zoveel gegeven. Vrijheid, een nieuwe taal, een nieuwe wereld, verbeelding, identiteit. Dat wens ik elk kind, elk mens toe.

Ben Hekkema, februari 2021

benhekkema.nl
cre8eastafrica.org

De vele manieren waarop dans zich manifesteert, terugblik op mijn loopbaan

Een bijdrage van Liesbeth Wildschut, danser en dansdocent, docent en onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht.

Dans is bekend bij iedereen en praktisch iedereen heeft zich wel eens geuit in dans. Niet alleen hier en nu, maar in alle delen van de wereld en in alle tijdperken. Daarom zijn er vele vormen van dans en is het lastig om deze vele vormen te onderscheiden, zeker in onze huidige tijd, nu alles via internet en ontmoetingen over de hele wereld dichterbij komt en ons kan inspireren tot nieuwe (meng)vormen.

Om wat meer grip te krijgen op allerlei manifestaties van dans kan het helpen om een indeling te maken. Er zijn vele indelingen mogelijk. Luuk Utrecht bespreekt er twee in zijn boek Van Hofballet tot Postmoderne-dans (1988, pp 18-28). Uitgaande van het gegeven dat dans een expressiemiddel is maakt hij onderscheid tussen spontane zelfexpressie en symbolische expressie. Bij symbolische expressie steekt er een bepaalde intentie achter om iets te willen uitdrukken.

De andere indeling maakt Utrecht op basis van doelstelling, waarbij je in gedachten moet houden dat dit een ideaaltypische indeling is. Er zijn veel mengvormen. Utrecht onderscheidt drie hoofdvormen:

Gemeenschapsdans: expressie van waarden en belangen van een bepaalde gemeenschap, waarbij het beleven van onderlinge verbondenheid en solidariteit centraal staat, zoals volksdans, gezelschapsdans of rituele dansen bij bepaalde gebeurtenissen.

Tegenwoordig zien we ook geïndividualiseerde vormen, zoals breakdance.

Educatieve dans: het verwezenlijken van pedagogische of therapeutische doelstellingen staan centraal, door Utrecht verder onderscheiden in:

-dansexpressie: vrije en spontane uiting van gevoelens ten behoeve van een optimale persoonlijkheidsontwikkeling;

-danstherapie: toegepast bij geestelijke stoornissen van emotionele aard;

-dansconditie: het verkrijgen van een optimale lichaamsconditie.

Theaterdans: dansante expressie en receptie in een artistieke context: er zijn professionele danskunstenaars aanwezig en een publiek dat zich voor de danskunst wil openstellen.

Tegenwoordig is de term theaterdans erg beperkend. Door het gebruik van nieuwe media zijn er nieuwe vormen ontstaan, waar op vele manieren met tijd en plaats gespeeld wordt en het publiek op andere manieren wordt aangesproken. We kunnen naar mijn idee beter spreken van dans als communicatief expressiemiddel.

Terugkijkend op mijn loopbaan valt mij op dat ik in de gelukkige omstandigheid ben geweest om deze enorme rijkdom aan dansvormen en benaderingen te ervaren, te onderwijzen en te onderzoeken.

De eerste fase, in de jaren 70 en 80, was vooral gericht op het lesgeven aan kinderen en volwassenen, waarbij ik met name inzette op dansexpressie en danstechniek. Door dansexpressie wilde ik de leerlingen op een speelse en fantasievolle wijze hun fysieke mogelijkheden laten verkennen en hun ideeën en emoties laten uiten, individueel en met elkaar. Via verschillende danstechnieken krijgen leerlingen controle over hun lichaam, dat als doel bevredigend kan zijn, maar ook vrijheid geeft in het uitdrukken van emoties en ideeën, bijvoorbeeld tijdens een voorstelling.

In de jaren 80 en 90 was ik als danser en maker verbonden aan Jeugddansgroep D3. Het belangrijkste doel dat wij voor ogen hadden was om kinderen (en hun leerkrachten) door middel van onze voorstelling te inspireren om zelf te dansen en hun eigen ideeën in dans vorm te geven. Maar tijdens onze voorstellingen bleken wij ook in staat iets los te maken bij het jeugdige publiek. In die periode ontdekte ik de communicatieve kracht van dans. Ik raakte gefascineerd door de manieren waarop betrokkenheid kan ontstaan, die leidt tot emotionele en cognitieve ervaringen tijdens en na afloop van de voorstelling. Daarmee verlegde mijn aandacht zich naar dans als communicatief expressiemiddel.

In 1989 begon ik aan de studie Theater-, Film en Televisiewetenschap aan de Universiteit Utrecht, met dans als specialisatie. Daar ontdekte ik dat er diverse manieren zijn om toeschouwerservaringen te onderzoeken, wat uiteindelijk leidde tot een proefschrift over de emotionele beleving van kinderen bij het kijken naar dans. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) ondersteunde het onderzoek, mede omdat er in Nederland nog niet eerder een proefschrift geschreven was over dans en ook niet over emotionele ervaringen bij kinderen. Het onderzoek leverde inzichten op over relaties tussen voorstellingskenmerken en toeschouwersvariabelen en de betrokkenheidsprocessen identificatie en kinesthetisch invoelen. Het fenomeen kinesthetisch invoelen heb ik als universitair onderzoeker verder empirisch onderzocht bij volwassenen. Bij kinesthetisch invoelen richt de focus zich niet op het begrijpen van wat er in de voorstelling getoond wordt, maar op het fysiek ervaren van de dans, alsof je zelf meedanst.

Tijdens mijn studie en docentschap aan de Universiteit Utrecht raakte ik vertrouwd met het theoretisch denken over dans, bijvoorbeeld vanuit een filosofisch, feministisch of cultuurhistorisch perspectief. Ook danshistorisch is er veel te ontdekken en te onderzoeken. Boeiend is bijvoorbeeld hoe dansstijlen zich ontwikkelen uit eerdere vormen, uit een andere visie op dans en/of als reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. Zo zien we dat in de huidige corona tijd niet alleen het gemis van contact door danskunstenaars ervaren wordt, maar dat de gedwongen beperkingen ook de creativiteit stimuleert en tot nieuwe vormen van maken leidt. Hierbij wordt met name geëxperimenteerd met een ander ruimtegebruik en het ervaren van dans via een scherm, waarbij het niet enkel om een registratie gaat.

Het bestuderen van dans als communicatief expressiemiddel houdt ook in dat niet alleen de voorstelling zelf beschouwd en geanalyseerd wordt, maar dat ook het maakproces aandacht krijgt. Hier worden namelijk voortdurend keuzen gemaakt die bepalend zijn voor de communicatieve kracht van het dansstuk. Een (dans)dramaturg kan een interessante bijdrage leveren aan dit proces, door vragen te stellen, mogelijkheden voor te stellen, consequenties te verwoorden en onderzoek te doen. Een samenwerking tussen choreograaf en dramaturg zien we steeds vaker. Ook op dansopleidingen is er meer aandacht voor het beargumenteren van keuzen tijdens het maakproces, hetgeen het intuïtieve creëren niet in de weg hoeft te staan.

Terugkijkend ervaar ik de rijkdom die de vele vormen waarin dans zich manifesteert mij persoonlijk heeft gebracht en nog steeds brengt. Als docent heb ik een groot aantal mooie momenten gekend wanneer ik zag dat leerlingen en studenten geïnspireerd en geëmotioneerd raakten door het aan den lijve ervaren van dans, door het kijken naar dans en het denken over dans.

23 april 2021